Zichzelf blijven uitdagen is zo’n keuze. Op haar achttiende verhuisde ze van een kleine stad in Nederland naar de Verenigde Staten. Nu, na een carrière met blockbusters als GoldenEye, X-Men en Taken, en meer dan zeventig films in het Engels, koos ze op haar zestigste opnieuw voor een uitdaging. Voor de langverwachte Netflix-serie Amsterdam Empire keert ze terug naar haar geboorteland, speelt ze voor het eerst in haar moedertaal en neemt ze ook achter de schermen het voortouw als uitvoerend producent. Haar rol? Die van Betty, een glamoureuze, gekwetste en gevaarlijke vrouw. Een personage dat haar uitdaagt, professioneel en persoonlijk.

Amsterdam Empire, je eerste grote Nederlandstalige rol. Vond je het spannend of juist vertrouwd?
‘Allebei. Het voelde aan de ene kant heel natuurlijk – ik ben natuurlijk Nederlands – maar aan de andere kant was ik er nerveus over. Ik spreek weinig Nederlands in mijn dagelijkse leven, en als je dan voor het eerst een rol moet spelen in die taal, wil je dat het echt goed klinkt. Gelukkig bleek de nervositeit voor niks. Hoe langer ik in Nederland was, hoe makkelijker het werd.’
Hoe lang ben je in de lage landen verbleven voor de serie?
’Bijna acht maanden! Dat is sinds mijn achttiende niet meer gebeurd. Er was een lange preproductie en ik was ook als uitvoerend producent bij het project betrokken, dus ik reisde al veel op en neer tussen New York en Amsterdam voordat we begonnen met filmen. Maar het was fijn om er weer te zijn. Mijn familie zien, patat met mayonaise eten, dat soort dingen. En fietsen… dat heb ik deze keer minder gedaan. Regen! Vroeger dacht ik daar niet over na, maar nu denk ik: m’n haar!’

Haha, herkenbaar. Wat trok je aan in de rol van Betty?
‘Ze is complex. Gekwetst, maar ook krachtig. De pitch naar mij was: War of the Roses meets The Sopranos, en dat vond ik meteen intrigerend. Het gaat over een scheiding. Wat ik mooi vond, is dat Betty niet alleen het slachtoffer is van overspel, maar ook degene die besluit om terug te vechten. Als iemand vreemdgaat, is dat al pijnlijk genoeg. Maar als het publiekelijk is, zoals bij bekende mensen vaak gebeurt, is het nog veel zwaarder. Ik voelde veel voor haar.’
Je bent ook uitvoerend producent van de serie. Hoe zag die rol eruit?
‘Ik was op veel vlakken betrokken. Vooral in de ontwikkeling van Betty’s karakter. Ik heb vaak meegemaakt dat vrouwelijke personages geschreven zijn door mannen, en dan voelt het… tja, niet helemaal zoals vrouwen echt zijn of reageren. Dus ik heb samen met Nico Moolenaar en de andere schrijvers gekeken hoe we haar geloofwaardiger en gelaagder konden maken. Ik heb ook meegewerkt aan de kostuums: ik was co-kostuumontwerper voor Betty. Dat vond ik ontzettend leuk om te doen, omdat ik daar altijd al veel gevoel voor heb gehad. Verder hebben we veel nadruk op diversiteit gelegd voor en achter de camera, iets wat in landen zoals Amerika en Engeland nu vanzelfsprekend is. En ik heb voor de muziekvideo Vincent Vianen voorgelegd aan Netflix, een van de beste choreografen ter wereld.’

De serie is geschreven door de makers van Undercover en Ferry en wordt internationaal uitgebracht op Netflix. Voelde dit als een terugkeer naar Nederland, of juist als een internationaal project op Nederlandse bodem?
‘Meer het tweede. Door Netflix voelt het als een internationale productie die in Nederland is opgenomen. En dat is wat ik er zo interessant aan vond. Vroeger, toen ik net in Amerika woonde, zag je buitenlandse films alleen in kleine cinemas. Nu kijken mensen massaal naar Koreaans, Spaans, Noors… Het maakt niet meer uit waar een serie vandaan komt. En dat past ook goed bij mij. Ik ben niet per se Nederlands of Amerikaans, ik voel me echt een wereldburger. Een project als dit, in mijn eigen taal maar met wereldwijde impact, dat voelde als een mooie samenkomst van alles wat ik gedaan heb.’
Wat vind je op dit moment het mooiste en het moeilijkste aan acteren?
‘Wat ik prachtig vind, is dat alles wat je meemaakt in je leven, voeding wordt voor een rol. Soms ontdek je via een personage iets over jezelf. Soms gebeurt er iets in je leven dat je meteen kunt toepassen op een scène. Het werkt beide kanten op. En dat is precies wat ik wil in het leven: blijven leren, blijven groeien.’

En wat is het lastigste?
‘Dat je niet altijd controle hebt. Daarom vind ik het fijn om meer creatief betrokken te zijn bij projecten. Als ik alleen word ingehuurd als actrice, voel ik me soms beperkt. Maar nu, als uitvoerend producent, heb ik invloed op het grotere geheel. Dat is nieuw voor me, en ik ben blij dat ik daar eindelijk de ervaring en het vertrouwen voor heb opgebouwd.’
Je bent ook schrijver en regisseur. Zou je ooit helemaal die kant op willen?
‘Misschien. Ik heb een film gemaakt, Bringing Up Bobby, die ik zelf schreef, regisseerde en produceerde. Schrijven is altijd een uitlaatklep geweest. In het begin van mijn acteercarrière dacht ik: ik stop ermee, ik krijg geen goede rollen. Toen heb ik een script geschreven, ben aangenomen op het American Film Institute, en net op dat moment kreeg ik een Bondfilm aangeboden. Dus ik ging toch die kant op. Maar het schrijven en creëren is altijd gebleven. En nu denk ik: waarom zou ik kiezen? Zolang ik uitgedaagd blijf, zit ik goed.’
Betty was ooit popster. Heb jij ooit ambities gehad in die richting?
‘Haha, nee! Ik heb wel dans- en zanglessen gehad voor deze rol. We hebben ook een videoclip opgenomen, Forever Pour Toujours. Daarin moest ik iemand spelen die twintig jaar jonger was, wat een extra uitdaging was. Gelukkig heb ik fysiek een hele goede conditie en had ik Vincent als choreograaf. Het resultaat mag er zijn, ik ben er echt trots op.’
Heb je ooit andere carrières geambieerd?
‘Ja, ik schilder graag, maar dat is meer voor mezelf. En ik ben bezig met kleding: ik werk met bestaande items, zoals dit Dior-tasje dat voor me ligt, en geef daar mijn eigen draai aan. Een soort upcycling. Ik weet nog niet wat het gaat worden, misschien een collectie, misschien blijft het iets persoonlijks, maar het is een creatieve uitlaatklep.’
Je reist enorm veel. Waar haal je het meeste plezier uit?
‘Ik hou ervan om andere culturen echt te leren kennen. En mijn manier om dat te doen, is via koffie. Ik drink geen alcohol, dus koffiebars zijn mijn sociale hubs. Daar ontmoet ik mensen, ontdek ik plekken, krijg ik tips. Ik gebruik koffie als een soort culturele ingang. In Shanghai, Kaapstad en vorige week nog een klein dorpje in Arkansas voor opnames. Het maakt niet uit waar. Altijd vind ik wel een kleine branderij waar de liefde voor koffie universeel is. En ik ga altijd naar musea, bekijk architectuur en bezoek lokale restaurants. Ik wil geen toerist zijn, maar even deel uitmaken van het leven daar.’
Je leeft ook behoorlijk bewust, heb ik begrepen.
‘Heel bewust, ja. Ik doe elke dag pilates, ik dans, ik loop veel. Ik eet biologisch, drink niet, rook niet. En ik probeer onderweg gezond te blijven. Op sets is dat niet altijd makkelijk. Vorige week voor de opnames in Arkansas vond ik amper biologisch eten, dus dan improviseer ik. Ik kook waar het kan, neem eten mee in het vliegtuig. En als het niet lukt, lukt het niet, maar ik doe wel m’n best. Ik wil zo lang mogelijk zó gezond mogelijk leven. En daar hoort bij dat je keuzes maakt die bij je passen.’

Hoe ontspan je na een lange draaidag?
‘Als ik geluk heb: een bad. Thuis in New York heb ik een geweldige badkuip. Dan gebruik ik Epsomzout, een soort magnesium om m’n lichaam te ontgiften. Maar het hangt af van het draaischema. Soms werk je ’s nachts en wil je alleen maar slapen. Er is niet één ritueel, ik moet vaak improviseren. Maar dansen en Pilates helpen enorm.
En mentaal? Hoe hou je jezelf in balans?
‘Ik begin elke dag met meditatie. Ik probeer positief te blijven, me niet te veel te laten meeslepen door nieuws en negativiteit. Ik geloof dat je met liefde, empathie en dankbaarheid je eigen wereld vormgeeft. Dat is niet altijd makkelijk, het is echt werk, maar ik merk dat het werkt. En het helpt ook om de energie op de set goed te houden. Mensen zeggen altijd dat ik professioneel ben op set, maar eigenlijk is het gewoon dankbaarheid. Ja, ik werk hard, maar ik heb ook veel geluk gehad. De juiste plaats, de juiste mensen – dat neem ik nooit voor lief.’

Wat wens je jezelf nog toe, op of naast het scherm?
‘O, heel veel! Ik heb een vision board met foto’s, teksten, intenties en dat neem ik soms zelfs mee op reis. Maar wat ik heb geleerd naarmate de jaren voorbij gaan: become what you want to attract. Dankbaarheid is daarbij een dagelijkse oefening voor mij. Elke keer als ik op een set sta, groot of klein, denk ik: wauw. Dit had ik nooit kunnen voorspellen toen ik opgroeide in een klein dorp in Nederland. Dus wat wens ik mezelf toe behalve heel veel liefde? Dat ik blijf genieten, blijf groeien. En gezond blijf. De rest volgt vanzelf.’
Copyright : Netflix

