Escapade in Le Havre

Leestijd: 4 minuten

Een haven, dokken, hangende tuinen en grafische architectuur. Ziedaar de structurerende pijlers van Le Havre dat dit jaar zijn 500-jarig bestaan viert.

Door Pierre Wiame

Le Havre is een unieke stad aan de Normandische kust. Voor de ene is het een must, want zij houden van zijn gezellige vakantiesfeer aan zee. Voor de andere is het een kwelling, want zij vinden de hoekige, strakke en betonnen vormen maar niks. Een tussenweg is er niet: Le Havre is zwart of wit.

Op 5 en 6 september 1944 kreeg Le Havre een enorme geallieerde bommenregen over zich heen. De stad werd voor 80% vernield en 2000 inwoners lieten het leven. Dramatische ontwikkelingen, maar Le Havre kwam er sterker uit. Het herleefde helemaal door toedoen van Auguste Perret, een visionair architect die de opdracht kreeg om de stad snel en degelijk wederop te bouwen. De ruïnes werden zijn atelier. Hij trok de muren weer op en koos voor een gedurfde architectuur. Met een geslaagd resultaat, zoveel is zeker.

De jaren 2000 hebben zijn efficiënte en rationele manier van bouwen volledig gerehabiliteerd, want Perret was een pragmatisch designer toen dat woord nog diende uitgevonden. Hij anticipeerde op de trends en koos voor meer soberheid en functionaliteit in de woningbouw. Zijn modelflat (nu museum, red.) revolutioneerde de architectuur. Hij creëerde ruimte, haakte de keuken los uit haar isolement, voorzag een badkamer, een dressing en een kantoor dat je tot een slaapkamer kon ombouwen. Hij liet het licht doorlopen tot op het balkon. Hoewel dit destijds door sommigen als lichtvoetig en zielloos gekwalificeerd werd, werd deze oorlogserfenis in 2005 geklasseerd als Unesco-erfgoed, waardoor heel wat mensen dit anders zijn gaan bekijken en waarderen. De betonnen werken van Auguste Perret, die tot een emblematisch toeristisch curiosum zijn uitgegroeid, staan centraal in de festiviteiten die deze zomer gepaard zullen gaan met de 500e verjaardag van de geboorte van de stad.

photo le havre

De Franse geschiedenis maakt duidelijk dat Le Havre piepjong is. Het dankt zijn oprichting aan de wens van koning Frans 1 om een grote haven te bouwen aan de monding van de Seine. Al was het er toen wellicht ongezonder wonen dan nu en in tijdens de 19e eeuw in het bijzonder, want dan rook het in de haven, en bij uitbreiding in gans Le Havre, naar koffie en katoen. Na WOII werd het tweede deel van de 20e eeuw veel opener voor Le Havre en dit niet alleen gevoelsmatig, maar ook fysiek. De wind en het licht kregen er vrij spel in de brede lanen die werden afgeboord met woonblokken en flatgebouwen met de handtekening van Perret. De grootste van alle is de Avenue Foch. Dit lijkt wel de Champs-Elysées van Le Havre. Een terechte afweging want deze laan is 10 meter breder dan de beroemde Parijse avenue en geeft via een poort – die Océane wordt genoemd – uit op de zee. Bovendien houdt de majestueuze ‘Foch’ niet alleen van het water, maar ook van groen want er staan bomen. Een zuurstofrijke long.

Ietwat verderop ligt de esplanade voor het stadhuis. Met zijn 17 verdiepingen hoog torengebouw is het symbolisch voor de heropleving van Le Havre. Dit is een prachtige plek met fonteinen en bloemperken. Het licht, dat door de waterpartijen wordt gefilterd, lijkt wel te leven, net zoals deze nieuwe stad die uitnodigt om te reizen. Getuige daarvan ook de vele kaaien waar de cruiseschepen aanmeren.


© Fiftyandme 2022