Bijziendheid bij kinderen: goede gewoontes om samen met je kleinkinderen verder te kijken

“Zet dat scherm uit, je maakt je ogen kapot!” “Begin niet te vroeg met een bril, anders worden je ogen lui!” “Eet je worteltjes, dat is goed voor je ogen!”

Klinkt bekend? Sommige van die uitspraken hoorden we zelf als kind, misschien hebben we ze later tegen onze eigen kinderen gezegd… en nu zijn we soms geneigd ze ook aan onze kleinkinderen mee te geven.

Leestijd: 7 minuten

Als het over de ogen van kinderen gaat, ontbreekt het niet aan goede raad. Maar wat moeten we nu écht onthouden, tussen overtuigingen die van generatie op generatie worden doorgegeven en nieuwe gewoontes rond schermgebruik?

Naar aanleiding van de Week van het Zien geeft Fifty&Me het woord aan Jackson Agboke, trainer bij Alain Afflelou en optometrist. Hij scheidt feiten van fabels en geeft enkele eenvoudige tips die kunnen helpen om de ogen van kinderen gezond te houden.

En ook grootouders kunnen daarbij een rol spelen. Omdat onze kleinkinderen soms op woensdag, tijdens het weekend of in de vakantie bij ons zijn, zitten wij vaak op de eerste rij om kleine veranderingen op te merken: een kind dat steeds dichter bij het scherm gaat zitten, met de ogen knijpt of regelmatig klaagt over hoofdpijn.

Want bijziendheid draait vandaag niet langer alleen om een bril. Ook preventie en het afremmen van de evolutie ervan zijn belangrijke aandachtspunten geworden.

“Hij zit zo dicht bij het scherm omdat hij geconcentreerd is…”

Misschien. Maar niet noodzakelijk.

Wanneer een kind systematisch dichter bij de televisie, tablet, een boek of schrift gaat zitten, kan dat gewoon een teken van concentratie zijn. Maar het kan er ook op wijzen dat het in de verte niet goed genoeg ziet.

Hetzelfde geldt wanneer een kind regelmatig met de ogen knijpt om iets in de verte te bekijken, aan het einde van de dag klaagt over hoofdpijn, in de ogen wrijft of snel vermoeid raakt bij activiteiten waarvoor een goed zicht in de verte nodig is.

Dat zijn precies de kleine dingen die grootouders soms opmerken, omdat ze hun kleinkinderen in een andere omgeving meemaken dan thuis of op school.

“De eerste signalen zijn soms heel subtiel. Een kind zal niet noodzakelijk zeggen dat het slecht ziet, omdat het niet altijd weet wat normaal zicht eigenlijk is. Daarom is het vaak het gedrag van het kind dat de ouders moet waarschuwen”, legt Jackson Agboke uit.

5 misverstanden over het zicht ontkracht door Jackson Agboke

“Te vroeg een bril dragen maakt de ogen lui.”

FOUT.

Een bril maakt de ogen niet “lui”. Integendeel: met de juiste correctie kan een kind scherp en comfortabel zien.

Het is ook niet de bedoeling om te wachten tot een kind bijna niets meer door zijn bril ziet voordat de ogen opnieuw worden gecontroleerd.

“Het idee dat een perfecte correctie het oog lui zou maken, is een mythe. Bij een bijziend kind is een regelmatige opvolging van de correctie net essentieel”, benadrukt Jackson Agboke.

Om te onthouden: een aangepaste correctie moet worden gedragen volgens het advies van de oogzorgprofessional. Ook al dachten we vroeger misschien weleens dat je de ogen vooral “zelf moest laten werken”!

“Schermen veroorzaken bijziendheid.”

HET LIGT IETS GENUANCEERDER.

Tablets, smartphones, spelconsoles… onze kleinkinderen groeien op met schermen die niet, of veel minder, aanwezig waren toen wij hun leeftijd hadden.

Maar het probleem zit niet alleen in het kijken naar een tablet of smartphone.

Waar we vooral aandacht voor moeten hebben, is langdurig en ononderbroken dichtbij kijken én te weinig tijd buiten doorbrengen.

“Het gaat er niet om schermen volledig te verbieden. We moeten vooral vermijden dat activiteiten op korte afstand te lang aan één stuk doorgaan en systematisch de tijd buiten vervangen”, legt Jackson Agboke uit.

Nog een goede reden dus om een wandeling, een uitstapje naar het park of een namiddag in de tuin voor te stellen wanneer de kleinkinderen bij ons zijn.

“Naar een scherm kijken in het donker beschadigt de ogen voorgoed.”

NEE. MAAR…

Een geïmproviseerde filmavond in het donker zal de ogen niet blijvend beschadigen.

Langdurig schermgebruik kan daarentegen wel bijdragen aan vermoeide en droge ogen en hoofdpijn, zeker wanneer je lange tijd op dezelfde afstand blijft kijken.

En precies daarom zijn pauzes zo belangrijk.

De 20-20-20-regel

Kijk om de 20 minuten gedurende 20 seconden naar iets op ongeveer 6 meter afstand — oftewel 20 feet.

Een eenvoudig trucje waaraan we kinderen kunnen herinneren wanneer ze langere tijd bezig zijn met activiteiten op korte afstand.

“De 20-20-20-regel is een heel goede richtlijn om vermoeide ogen te helpen ontspannen. Op zichzelf volstaat ze niet om bijziendheid te voorkomen, maar ze geeft de ogen wel regelmatig rust”, verduidelijkt Jackson Agboke.

Een andere mogelijkheid: elk uur vijf minuten in de verte kijken.

“Blauwlichtfilters voorkomen bijziendheid.”

FOUT.

Blauwlichtfilters zijn geen oplossing om bijziendheid te voorkomen of te behandelen.

De gewoontes die écht tellen, zijn veel eenvoudiger: regelmatig pauzeren, schermen niet te dicht bij de ogen houden en vooral voldoende tijd buiten doorbrengen.

Ook bij andere activiteiten op korte afstand is het belangrijk een comfortabele afstand tussen de ogen en het boek, scherm of ander materiaal te bewaren.

“Wortelen verbeteren je zicht.”

JA… MAAR NIET JE BIJZIENDHEID.

Een overtuiging die velen onder ons maar al te goed kennen!

Wortelen passen in een evenwichtige voeding en bevatten onder meer bètacaroteen, dat bijdraagt aan de normale werking van het gezichtsvermogen.

Maar nee, bijziendheid verdwijnt er niet door.

Gezonde voeding draagt bij aan gezonde ogen, maar vervangt geen bril of andere optische correctie en evenmin een regelmatige opvolging.

De eenvoudigste tip? Neem ze mee naar buiten.

En als we uit alle aanbevelingen maar één ding zouden onthouden?

Laat kinderen buiten spelen!

Als grootouder hebben we hier misschien wel een extra troef in handen. Een wandeling, een fietstochtje, rondrennen in de tuin, een uitstapje naar het bos of het park… Wat gewoon een fijn moment samen lijkt, kan tegelijkertijd goed zijn voor hun ogen.

Tijd buiten doorbrengen is een van de omgevingsfactoren die het vaakst in verband worden gebracht met een lager risico op het ontwikkelen van bijziendheid.

Probeer, wanneer dat mogelijk is, kinderen dagelijks 1 tot 2 uur buiten te laten zijn, zodat ze voldoende natuurlijk licht krijgen.

En nee, van ieder uitstapje hoeft geen sportsessie te worden gemaakt. Gewoon buiten zijn en van het natuurlijke licht genieten telt ook mee.

“Eigenlijk zouden we bijna terug moeten naar de tijd waarin ouders hun kinderen moesten gaan zoeken omdat ze tijdens het buitenspelen met vriendjes helemaal de tijd waren vergeten!”, glimlacht Jackson Agboke.

Voor één keer mogen we dus misschien zonder schuldgevoel zeggen: “In onze tijd…” Want een kind dat minder tijd binnen achter een scherm doorbrengt en meer buiten speelt, bevindt zich ook in een omgeving die gunstiger is voor de gezondheid van de ogen.

En wat als een bril vandaag méér kan doen dan alleen corrigeren?

Dit is wellicht een van de ontwikkelingen waarmee we minder vertrouwd zijn nu onze eigen kinderen de leeftijd van regelmatige bezoeken aan de oogarts al lang voorbij zijn.

Vandaag zijn er optische en medische oplossingen die niet alleen het wazige zicht corrigeren, maar bij sommige kinderen ook bedoeld zijn om de progressie van bijziendheid af te remmen.

Brillenglazen die de progressie helpen afremmen

Bepaalde brillenglazen maken gebruik van defocustechnologieën: het centrale zicht blijft scherp, terwijl het perifere deel van het netvlies een specifiek optisch signaal ontvangt dat bedoeld is om de lengtegroei van het oog te beperken.

Nachtlenzen

Bij orthokeratologie worden tijdens het slapen speciale contactlenzen gedragen die de vorm van het hoornvlies tijdelijk aanpassen.

Het doel is om overdag scherp te kunnen zien zonder bril of lenzen en tegelijkertijd bij bepaalde patiënten de progressie van bijziendheid te helpen afremmen.

Speciale zachte contactlenzen

Er bestaan ook zachte contactlenzen die specifiek ontwikkeld zijn voor de aanpak van bijziendheid en overdag kunnen worden gedragen.

In bepaalde situaties kan een arts bovendien atropine in een lage dosering voorschrijven.

Deze verschillende benaderingen maken vandaag deel uit van de mogelijkheden om bijziendheid te behandelen en op te volgen. Welke oplossing geschikt is, hangt onder meer af van de leeftijd van het kind, de mate van bijziendheid, de evolutie ervan en de medische opvolging.

Met andere woorden: de mogelijkheden zijn sterk geëvolueerd sinds onze eigen kinderen klein waren. Daarom is het belangrijk om de keuze voor de juiste aanpak aan de oogzorgprofessionals over te laten.

Bijziendheid: beter opvolgen dan ondergaan

De opvolging van bijziendheid steunt op verschillende, elkaar aanvullende expertises.

De oogarts stelt de medische diagnose, spoort eventuele aandoeningen op, schrijft de correctie voor en kan een strategie voor de aanpak van bijziendheid bepalen of goedkeuren.

De optometrist voert onder meer nauwkeurige refractiemetingen uit en kan betrokken zijn bij de opvolging van parameters zoals de axiale lengte van het oog en bij het aanpassen van bepaalde specifieke contactlenzen.

De opticien adviseert en levert de geschikte bril of andere optische oplossing en let daarbij onder meer op de juiste pasvorm en centrering van de glazen.

Drie professionals met hetzelfde doel: het zicht van het kind op lange termijn zo goed mogelijk begeleiden.

En wij, als grootouders? We hoeven ons uiteraard niet tot oogarts te promoveren. Onze rol ligt ergens anders: goed observeren, gezonde gewoontes stimuleren en aan de ouders vertellen wanneer ons iets opvalt.

6 goede gewoontes voor onze kleinkinderen

NAAR BUITEN
Probeer kinderen, wanneer dat mogelijk is, dagelijks 1 tot 2 uur buiten te laten doorbrengen. Zijn ze bij ons? Dan is dat het perfecte excuus voor een wandeling, een spelletje buiten of gewoon wat tijd in de frisse lucht.

PAUZEREN
Pas bij langdurige activiteiten op korte afstand de 20-20-20-regel toe. Af en toe een vriendelijke herinnering werkt beter dan een voortdurende strijd over schermtijd.

AFSTAND HOUDEN
Vermijd dat kinderen lezen of naar een scherm kijken op slechts enkele centimeters van hun gezicht. Voor kinderen is, afhankelijk van hun lichaamsbouw, een afstand van ongeveer 30 tot 40 cm ideaal.

AFWISSELEN
Schermen mogen spel, sport en buitenactiviteiten niet systematisch vervangen. En gelukkig maar: een kaartspelletje, samen een taart bakken of wandelen met oma en opa doen het nog altijd uitstekend.

OBSERVEREN
Met de ogen knijpen, hoofdpijn, vermoeide ogen, een scherm heel dicht bij het gezicht houden of moeite hebben om in de verte te zien: het zijn allemaal kleine signalen die we kunnen opmerken en eventueel met de ouders kunnen bespreken.

OPVOLGEN
Een aangepaste correctie en regelmatige controles helpen om de evolutie van het zicht goed te begeleiden.

Uiteindelijk hoeven we niet elke beweging van onze kleinkinderen in de gaten te houden om zorg te dragen voor hun ogen. Een paar goede gewoontes, een beetje aandacht en vooral veel tijd buiten kunnen al een waardevolle bijdrage leveren.

En dat komt eigenlijk goed uit: onze kleinkinderen de wereld laten ontdekken, blijft een van de mooiste voorrechten van het grootouderschap.


© Fiftyandme 2026