Sparen en beleggen: welke opties spreken de Belgen het meest aan?

Belegt de Belg vandaag nog op dezelfde manier als twintig jaar geleden? En hoe verhoudt hij zich tot zijn Europese buren?

Leestijd: 4 minuten

Ons land is een land van paradoxen, en financiële zaken vormen daarop geen uitzondering. Er werd een Europese studie* uitgevoerd in twaalf Europese landen, evenals in Turkije, de Verenigde Staten en Australië. Door deze gegevens te combineren met een studie van bank ING komt een duidelijke trend naar voren.

Een gemiddeld vermogen dat goed scoort

Bank ING biedt ons een inkijk in het vermogen van de Belgen. “Sparen is een stroom (het inkomen min de consumptieve uitgaven), terwijl vermogen een voorraad is (een hoeveelheid die op een bepaald moment is opgebouwd). Het vermogen van een huishouden wordt berekend door de lasten (bv. schulden, huur, bankkredieten enz.) af te trekken van de totale bezittingen”, herinnert Peter Vanden Houte, Chief Economist bij ING, ons eraan.

Het gemiddelde vermogen van de Belgen bedraagt 257.000 euro. Daarmee staat België op de tweede plaats in de eurozone, na Luxemburg. Het Europese gemiddelde bedraagt 166.000 euro. Ter vergelijking: het gemiddelde vermogen van Amerikanen — uiteraard sterk omhooggetrokken door grote fortuinen — bedraagt 899.000 euro. Het verschil is zo groot dat het gemiddelde bedrag dat Amerikanen beleggen op zichzelf al hoger ligt dan het gemiddelde vermogen van een Belg.

De evolutie van de beleggingsgewoonten

Belgen worden van oudsher beschouwd als grote spaarders, hoewel die trend de afgelopen vijftien jaar enigszins is afgezwakt. Vandaag behoren ze tot de rijkste huishoudens van de eurozone, zonder daarom hun geld simpelweg op te potten. Het Belgische vermogensprofiel vertoont een duidelijke verdeling: 70% zit in vastgoed en 30% in financiële beleggingen.

Maar wat kenmerkt ons precies? 43% van de Belgen belegt, waarmee we boven het Europese gemiddelde van 41% uitkomen. België blijft echter achter op Zwitserland en Duitsland, waar respectievelijk 48% en 46% belegt. Toch belegt bijna één Belg op vier nog niet, maar zou die in de toekomst wel de stap kunnen zetten. Volgens de studie van ING belegt 47% van de 45- tot 64-jarigen al en is 24,5% van plan dat te gaan doen. De totale financiële beleggingen vertegenwoordigen echter slechts 4% van het beschikbare inkomen van de Belgen. Duitsland trekt het gemiddelde van de studie omhoog, met financiële beleggingen die net onder 9% liggen.

Niettemin bezitten Belgen meer beleggingsfondsen dan hun buurlanden. Dit betekent een echte paradigmaverschuiving ten opzichte van de afgelopen tien jaar. Deze heroriëntatie wordt voornamelijk verklaard door de fiscale druk. Sinds 2025 hebben beleggingen in fondsen de deposito’s ingehaald.

België bevindt zich tegenwoordig onder het Europese gemiddelde wat sparen betreft, met een spaarquote van iets minder dan 12%, terwijl Europeanen doorgaans boven de grens van 15% uitkomen. Nederland, een van de oprichters van de historische groep van de “Vier Zuinigste Landen”, samen met Oostenrijk, Denemarken en Zweden, kent een hoge spaarquote, ondanks een hoge vervangingsratio van de pensioenen.

In dat verband voert Frankrijk, gezien de moeilijkheden om wetgeving rond dit onderwerp tot stand te brengen, weinig verrassend de ranglijst aan van landen waar de bezorgdheid over de pensioenen het grootst is. In België is iets minder dan 70% het ermee eens dat de onzekerheid rond de pensioenen een grondige financiële voorbereiding noodzakelijk maakt. Hoewel potentiële beleggers vooral te vinden zijn bij de 18- tot 24-jarigen — 46% overweegt te beleggen — vormen ook de 45- tot 54-jarigen met 28% een niet te verwaarlozen groep.

De drempels om te beleggen

In tegenstelling tot wat men zou kunnen denken, vormt risico niet de belangrijkste drempel om te beleggen in België. Het grootste obstakel is een overtuiging die diepgeworteld zit bij potentiële beleggers: ze vinden zichzelf onvoldoende deskundig om eraan te beginnen. Slechts een derde van de ondervraagden vindt namelijk dat ze een rechtstreekse belegging, zoals een aandeel of obligatie, begrijpen. “Het is noodzakelijk om sterker in te zetten op financiële educatie”, zegt Charlotte de Montpellier, Senior Economist bij ING.

Toch beseft 61% van de ondervraagden dat tijdens periodes van inflatie ook niet beleggen een risico inhoudt. Belgen blijken bovendien een zekere risicotolerantie te hebben: 47% aanvaardt een tijdelijk waardeverlies van een belegging met het oog op winst op lange termijn, tegenover 42% van de ondervraagden in de eurozone.

Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast, zo luidt het bekende gezegde. Maar heeft voorzichtigheid ook een positief effect op beleggingen? Dat is niet zo vanzelfsprekend. Het is dan ook interessant om het rechtstreekse verband tussen het nemen van risico’s en welvaart te analyseren. De mening van alle ondervraagde leeftijdscategorieën blijft niettemin vrij positief tegenover beleggen: 59% denkt dat beleggen in aandelen bijdraagt aan de algemene economische groei en 62% is van mening dat privé-engagement noodzakelijk is naast de inspanningen van de overheid.

De derde belangrijke drempel is ongetwijfeld een te zware belastingdruk, gecombineerd met de vrees voor een te laag rendement. Zo geeft 20% van de ondervraagden aan hun beleggingsplannen te hebben opgegeven vanwege de complexiteit van de belastingen. “Er moet globaal werk worden gemaakt van een vereenvoudiging van de fiscaliteit en een vermindering van de complexiteit”, voegt Charlotte de Montpellier eraan toe.

Wat kunnen we hieruit afleiden?

We moeten zo vroeg mogelijk beginnen met sparen, maar tegelijk voor ogen houden dat het nooit te laat is om te beginnen beleggen.

Zoals het spreekwoord luidt: “Het beste moment om een boom te planten was twintig jaar geleden. Het op één na beste moment is vandaag.”

Volgens het scenario van de bank zou het beleggen van een kwart van de nieuwe deposito’s gedurende de afgelopen dertig jaar het financiële vermogen van de Belgische huishoudens met 83,3 miljard euro hebben verhoogd.

Van 1996 tot 2025 groeide 100 euro op een klassieke spaarrekening aan tot 152 euro, tegenover 420 euro voor een beleggingsfonds. Er is dus wel degelijk sprake van een gemist rendement waarmee rekening moet worden gehouden en waartegen men zich moet beschermen. Ter indicatie: de Amerikaanse beursindex S&P 500 is sinds 1 januari 2026 met 12,4% gestegen. Een gewaarschuwd mens is er twee waard…

*Eurostat

 


© Fiftyandme 2026