artificial intelligence

Kunstmatige intelligentie is geen sciencefiction meer

Gepubliceerd op:

Leestijd: 5 minuten

Zoals alle domeinen wordt ook de Gezondheidszorg overrompeld met Big Data en kunstmatige intelligentie. Zo is DeepMind, het Google-filiaal gewijd aan ‘artificial intelligence’ (AI), al lang niet meer tevreden met het verslaan van ’s werelds beste schakers. Het wil nu ook onze gezondheid mee helpen sturen. Wij praatten over die ontwikkelingen met professor Laurent Alexandre.

Door Nathalie Evrard

One app for all

Heel wat jaren stond de gezondheidszorg voornamelijk stil bij de oorzaken en de gevolgen van ziekten, alsook bij de manier om die te behandelen. Dankzij de vele apps op onze smartphones, die onze levenskwaliteit proberen te verhogen en steeds betere data genereren, slaat de gezondheidszorg een nieuwe toekomst in. Zo waren er in 2016 dankzij de 58.000 bouwers van apps voor e-gezondheid liefst 250.000 van dit soort apps beschikbaar. Zij werden in totaal meer dan 3 miljard keer gedownload. Zij bestrijken een spectrum dat start bij welzijn, preventie en diagnosticeren, en eindigt bij het behandelen van ziekten.

‘De voorbije 10 jaar hebben de smartphones alle aspecten van ons leven fundamenteel gewijzigd. Bijna alle diensten zijn mobiel geworden. U krijgt ze op verzoek, waar u zich ook bevindt. Hierdoor hebben alle sectoren een grondige transformatie ondergaan – of zijn ze volop bezig zich aan te passen. Waarom zou de geneeskunde daar dan als enige geen gebruik van maken?’, vraagt professor Laurent Alexandre hardop. ‘Dat een patiënt zelf zijn elektrocardiogram kan registreren en hiervoor op een eenvoudige manier gebruik kan maken van zijn smartphone, is ronduit fantastisch. En dan heb ik het niet alleen over het ECG zelf, maar ook over de interpretatie van de gegevens door een pc, met de resultaten die worden doorgezonden naar de arts. Dit betekent dat artsen zich in de toekomst meer op de behandeling zullen toespitsen dan op de diagnose. Ook de rol van de patiënt zal evolueren. Dankzij de smartphone zijn de mensen voor het eerst uitgerust met een toestel dat hen de kans biedt om zelf hun gezondheid te controleren en te beheren. Daar ligt de echte revolutie! Onze gsm’s zullen steeds meer onze gezondheidsgegevens verzamelen, verwerken en analyseren om die, indien nodig, te delen met onze arts of met andere leden van het medisch korps’, voorspelt de specialist.

GettyImages-529774116

AI met de naam Watson

Kunstmatige intelligentie staat in de eerste plaats voor de kunst om gigantische hoeveelheden data te verwerken om daar pertinente informatie uit te halen. Hiervoor zorgen almaar performantere algoritmes. Dankzij AI zal de geneeskunde er over enkele decennia helemaal anders uitzien. Er bestaan overigens twee soorten AI. De sterke AI is een brede variant van intelligentie – zoals bij mensen – met een zelfbewustzijn en gestructureerd redeneren. Zwakke AI is specifieker en doelgerichter. Zoals algoritmen die technische problemen kunnen oplossen door intelligentie te simuleren. ‘Het staat nog niet vast dat we tegen 2050 over een sterke AI zullen beschikken, maar een zwakke AI is nu al bij machte om heel wat taken beter uit te voeren dan ons menselijk brein’, aldus de specialist.

Watson is een van de meest geavanceerde AI-systemen. In 1997 haalde Watson het wereldnieuws door de wereldkampioen schaken te verslaan. 20 jaar later staat hij nog veel verder, want hij kan begrijpen, analyseren, leren en denken. De ‘cognitieve diensten’ die hij kan aanbieden zijn reeds realiteit. De potentiële toepassingen zijn vrijwel grenzeloos. Geen enkele mens kan alle medische publicaties (miljoenen gegevens) verzamelen, vergelijken, analyseren en dat geldt ook voor alle medische data van een patiënt. Er zijn nu eenmaal grenzen aan de wiskundige krachten van onze hersenen. In de gezondheidssector kan AI diagnostische en therapeutische hypotheses aanbieden die even pertinent of zelfs nog beter zijn dan degene van de artsen.

 

Klaar voor de geneeskunde van morgen

 

Het thema om AI en zijn analysemogelijkheden op medisch vlak toe te passen, is bijzonder actueel. Google, Dell, Apple en IBM trekken er enorme budgetten voor uit. Sommige Amerikaanse klinieken gebruiken Watson al om te helpen bij diagnoses. Door het medisch dossier van de patiënt te toetsen aan de symptomen en aan de enorme hoeveelheden medische literatuur die hij in zijn geheugen heeft opgeslagen, kan Watson een diagnose maken. Een 20-tal Amerikaanse hospitalen gebruikt dit reeds op hun afdeling oncologie. In Japan werden de genetische gegevens van een leukemiepatiënte die ongevoelig bleek voor een bepaalde behandeling dankzij Watson vergeleken met de gegevens van 20 miljoen oncologische onderzoeken. Het systeem kwam al snel tot de vaststelling dat er sprake was van een ander type leukemie en stelde een behandeling voor die uiteindelijk veel efficiëntere resultaten opleverde. En een AI die recht uit de computer van reus Google komt – in het Californische Mountain View – heeft bewezen dat hij diabetische retinopathie en diabetisch maculair oedeem kan opsporen. ‘De resultaten zijn voor heel wat ziekten hoopgevend. In een nabije toekomst zou dit soort samenwerking tussen artsen en kunstmatige intelligentie-systemen zich in ons aller voordeel exponentieel moeten blijven ontwikkelen.’

‘Vanaf 2035 zal geen enkele medische diagnose nog gesteld kunnen worden zonder een beroep te doen op een expertsysteem. Medische dossiers zullen een miljoen keer meer gegevens bevatten dan nu. Toestellen die met elkaar verbonden zijn zullen duizenden en later miljoenen meer gegevens doorspelen voor elke patiënt. Die revolutie is de vrucht van de ontwikkeling van de genomica, de neurowetenschappen en de toestellen die met elkaar verbonden zijn.