In de winter denken we er nauwelijks aan. Maar dan komen de mooie dagen, de luchtige jurken en vooral dat eerste moment waarop we weer een badpak passen. En plots is hij daar: dat extra volume rond de heupen, bovenbenen en onderkant van de billen dat we, weinig poëtisch, een ‘paardrijbroek’ noemen.
Voor we er koste wat het kost vanaf willen, is één nuance belangrijk: een paardrijbroek heeft niet noodzakelijk iets te maken met een paar kilo’s te veel. Ook heel slanke vrouwen kunnen er een hebben, terwijl andere vrouwen er nauwelijks last van hebben. Hoe dat komt? Onze lichaamsvorm wordt voor een groot deel bepaald door genetica, maar ook door hormonen, de verdeling van vetcellen en de kwaliteit van het weefsel. Kortom: als het om een paardrijbroek gaat, zijn we niet allemaal gelijk.
Waarom is een paardrijbroek zo hardnekkig?
Ons lichaam slaat vet niet willekeurig op. Bij vrouwen zijn bepaalde zones — heupen, dijen, billen en buik — van nature gevoeliger voor vetopslag. En met de jaren verandert er nog meer. Vanaf ons vijftigste kunnen de hormonale veranderingen rond de menopauze de vetverdeling beïnvloeden. Tegelijk neemt onze spiermassa geleidelijk af wanneer we die niet voldoende onderhouden.
Tel daar meer tijd zittend doorbrengen, soms een minder vlotte bloedsomloop en een huid die geleidelijk aan stevigheid verliest bij op, en ons silhouet kan veranderen terwijl het cijfer op de weegschaal nauwelijks beweegt. Vandaar dat soms frustrerende gevoel: ‘Ik ben niet bijgekomen, maar mijn lichaam is niet meer hetzelfde.’ Dat is normaal. En het betekent vooral niet dat we aan een drastisch dieet moeten beginnen.
Kan sporten een paardrijbroek echt doen verdwijnen?
Eerst het slechte nieuws: vijftig squats per ochtend zullen ons lichaam er niet vriendelijk toe bewegen om uitsluitend het vet op onze heupen aan te spreken. Plaatselijk vet verliezen kan eigenlijk niet. Ons lichaam bepaalt zelf waar het zijn energie vandaan haalt.
Het goede nieuws is dat lichaamsbeweging wel degelijk een groot verschil kan maken voor ons algemene silhouet. Na ons vijftigste wordt spierversterking extra interessant. Aangepaste squats, lunges en oefeningen met weerstandsbanden of lichte gewichten spreken de dijen en bilspieren aan. Combineer ze met een cardioactiviteit die je graag doet: stevig wandelen, fietsen, zwemmen, dansen…
Je hoeft je vakantie daarom nog niet in een bootcamp te veranderen. Regelmaat is veel belangrijker dan heroïsche trainingssessies gevolgd door drie weken stilzitten. Bovendien is er een voordeel dat veel belangrijker is dan onze badpakmaat: onze spieren onderhouden helpt ons om met de jaren sterk, stabiel en mobiel te blijven.
Massages, palper-rouler en gua sha: nuttig of gadgets?
Houten borstels, cups, rollers, gua sha voor het lichaam… Er waren nog nooit zoveel accessoires die beloven onze dijen gladder te maken. Maar werken ze ook? Ja… alleen niet helemaal zoals we misschien zouden willen.
Regelmatig masseren kan de bloedsomloop tijdelijk stimuleren, een gevoel van lichtere benen geven en het uiterlijk van de huid verbeteren. Palper-rouler en bepaalde drainerende massages kunnen bijvoorbeeld de zichtbaarheid van de typische ‘sinaasappelhuid’ verminderen. Maar geen enkele roller, hoe geavanceerd ook, kan een dieper gelegen vetophoping doen wegsmelten.
Hetzelfde geldt voor zogenaamde afslankcrèmes. Sommige formules kunnen de textuur of het uiterlijk van de huid tijdelijk verbeteren. Maar verwacht er geen wonderen van: een crème kan een paardrijbroek niet doen verdwijnen.
Ons advies? Blijf gerust masseren als je daar deugd van hebt. Vijf minuutjes na het douchen of na een wandeling kunnen een heerlijk verzorgingsritueel worden. Maar dat fanatieke kneden voor de spiegel? Dat mag achterwege blijven.
En wat leggen we op ons bord?
Ook hier mogen we sceptisch zijn tegenover beloftes als ‘drie voedingsmiddelen die je dijen doen afslanken’. Die bestaan niet. Een evenwichtige voeding kan helpen om een gezond gewicht te behouden en draagt bij aan onze algemene gezondheid, maar geen enkel voedingsmiddel richt zich specifiek op de heupen. Na ons vijftigste kiezen we beter voor een gevarieerd en voldoende voedzaam eetpatroon dan voor de ene beperking na de andere. Ons lichaam heeft energie en eiwitten nodig, onder meer om onze spiermassa te behouden. Het doel is dus niet zo weinig mogelijk eten, maar goed genoeg eten om te blijven bewegen, onze spieren sterk te houden en volop van onze dagen te genieten.
Esthetische geneeskunde: welke oplossingen zijn er als het ons echt stoort?
Sommige vrouwen hebben helemaal geen probleem met hun paardrijbroek. Andere storen zich er al jaren aan. In dat geval is het begrijpelijk dat je wilt weten welke medische mogelijkheden er bestaan. Liposuctie blijft een van de technieken waarmee plaatselijke vetophopingen rechtstreeks kunnen worden aangepakt. De verwijderde vetcellen komen niet op dezelfde manier terug, maar dat betekent uiteraard niet dat ons silhouet voor altijd hetzelfde blijft. Het gaat bovendien om een echte chirurgische ingreep, met een voorafgaand consult, afhankelijk van de situatie een vorm van verdoving, een herstelperiode en mogelijke risico’s die je met een gekwalificeerde chirurg moet bespreken.
In praktijken voor esthetische geneeskunde worden ook minder invasieve technieken aangeboden. De resultaten daarvan kunnen subtieler zijn en verschillen naargelang de techniek, de behandelde zone en de persoon. Voor je beslist, stel je dus best de juiste vragen: welk resultaat mag ik redelijkerwijs verwachten? Hoeveel behandelingen zijn nodig? Wat zal het in totaal kosten? Wat zijn de risico’s en contra-indicaties? En vooral: doe ik dit echt voor mezelf?
En wat als ons badpak er eigenlijk niets mee te maken heeft?
Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste vraag. We kunnen onze dijen steviger willen maken, opnieuw beginnen sporten, onszelf massages gunnen of zelfs een esthetische behandeling overwegen. Je lichaam aanvaarden en er tegelijkertijd goed voor willen zorgen, spreken elkaar helemaal niet tegen.
Maar het zou jammer zijn als een beetje extra ronding op onze heupen ons zou tegenhouden om te gaan zwemmen, een middag op het strand door te brengen of dat badpak te dragen waar we zo dol op zijn. Ons lichaam heeft uiteraard niet meer exact hetzelfde silhouet als toen we 25 waren. En waarom zou dat moeten? Het is samen met ons veranderd. En het zal blijven veranderen. We kunnen ervoor zorgen, het sterker maken en soms iets veranderen waar we ons echt aan storen. Maar we kunnen ook leren om er met een iets mildere blik naar te kijken.
Dus voor we onze buik intrekken, nog wat harder aan onze pareo trekken en voor de laatste keer onze dijen in de spiegel inspecteren, proberen we eens iets anders. Trek dat prachtige nieuwe badpak aan. En duik het water in!

