Investeren na je vijftigste? Alles kan nog!

Vijftigplusser zijn is tegenwoordig echt geen beletsel voor je persoonlijke ontwikkeling, en ook niet om je geld te beleggen. Alles kan, als je je projecten maar goed kiest. Onroerend goed, of een levensverzekering? En als je niet voldoende middelen hebt, kan je dan nog lenen? Absoluut, zelfs als je de 60 voorbij bent.

Leestijd: 5 minuten

Mensen die de vijftig een stuk voorbij zijn, zien hun pensioen soms met angst en beven tegemoet: zullen ze wel voldoende geld hebben om een behoorlijke levensstandaard aan te houden? En dan is er nog iets om over na te denken: wat doe je met je spaargeld om het zoveel mogelijk te laten opbrengen, als extra bron van inkomen? Een appeltje voor de dorst is welkom als je niet meer werkt. De eerste raad die de deskundigen je geven is: overhaast niets, maar onderzoek op je gemak alle keuzes. Stort je niet blindelings in een beleggingsavontuur dat er veelbelovend uitziet, maar dat nogal wat risico’s met zich meebrengt. En vertrouw ook niet alleen op de mening van financiële experts. Vergeet niet dat het niet die experts zijn die de kosten dragen. In het verleden hebben een aantal financiële crisissen al bewezen hoe gevaarlijk een te agressief investeerdersprofiel is. Win in de eerste plaats informatie in over de verschillende beleggingsmogelijkheden. Vraag raad aan vrienden die in dezelfde situatie zitten, en neem de tijd om alles goed te verwerken.

Ben je bang dat je het deksel op de neus zult krijgen vanwege je leeftijd? Dat is absoluut niet het geval, want er zijn wel degelijk reële beleggingsmogelijkheden, zelfs na je zestigste. En zelfs als je al met pensioen bent. Blijf wel rekening houden met het feit dat het nodig is de geïnvesteerde fondsen te spreiden en niet voor het grote avontuur te kiezen. Er is een eenvoudige regel die je kunt volgen. Houd 20% van je beschikbare kapitaal achter de hand (of ongeveer 6 maanden netto salaris) voor dringende zaken, beleg 20% op middellange termijn en investeer de rest. De eerste grote fout die een investeerder kan maken, is alles op een spaarrekening laten staan.

Baksteen, nog altijd favoriet

Onroerend goed is nog altijd de favoriete beleggingskeuze bij de Belgen. En het is ongetwijfeld de meest interessante oplossing bij de volatiliteit van de markt. De baksteen die we bijna allemaal in onze maag hebben, is heel reëel. Veel jonge werkende mensen willen in de eerste plaats huiseigenaar worden. Terecht, want een huis levert een rendement op dat beter is dan andere zogeheten klassieke beleggingen.

Maar stel dat je huis is afbetaald. Heb je zin om er nog een te kopen, en het dan te verhuren? De rentevoet is nog altijd laag, dus dat is gunstig. Maar de banken lenen minder gemakkelijk tegenwoordig en het beginkapitaal dat je moet inbrengen, wordt hoger.

Daar komt nog bij dat het verhuren van een pand risico’s en zorgen met zich meebrengt.

Een huis verhuren verloopt zelden probleemloos. Je moet de huur innen (die soms te laat betaald wordt) rekening houden met de schade aan het pand, nieuwe huurders zoeken met alle administratieve zorgen vandien…

En als je iets koopt om te verhuren, wat kies je dan? Een studentenkot, een appartement, een garage of een serviceflat? Er zijn zoveel verschillende mogelijkheden, en allemaal hebben ze hun voor- en nadelen. Met het groeiende aantal auto’s in België en het gebrek aan parkeerplaatsen in de steden, zijn garages tegenwoordig erg in trek. Reken op tussen de 29.000 en 30.000 euro voor een garage die je gemakkelijk kunt verhuren voor 80 euro per maand. In tegenstelling tot ander onroerend goed vraagt een garage weinig onderhoud en op enkele uitzonderingen na is de kans dat zo’n garage leegstaat nihil. Het zou al heel vreemd moeten lopen voor je met een onverhuurde garage opgescheept zit.

Lenen boven de 50? Het kan!

Oké, dus je wilt kopen, maar hoe financier je dat onroerend goed? Met je eigen middelen? Dat zou natuurlijk ideaal zijn, en een goede oplossing om je toekomst veilig te stellen. Maar al wordt er beweerd dat leeftijdsdiscriminatie verboden is, het bestaat wel degelijk. Als je naar je bank stapt om geld te lenen voor de aankoop van onroerend goed, kan je leeftijd wel degelijk tegen je spelen. Vooral waar het het debetsaldo betreft (een levensverzekering ingeval van overlijden tijdens het lopen van de lening). En nog meer als je gezondheid te wensen overlaat. Niet iedereen heeft de kans om een dergelijke investering te doen.

Als je boven de zestig bent, is er nog meer kans dat een lening geweigerd wordt. De (officieuze, want niet wettelijke) leeftijdsgrens voor terugbetaling varieert van 70 tot 80 jaar. Je kunt dus nog perfect lenen als je vijftiger bent, of ouder als je bepaalde garanties kunt geven. Omdat de duur van de gemiddelde lening rond de 13 jaar ligt, heb je nog tijd voor je met een definitieve weigering te maken krijgt. Het ideaal is als je ten laatste op je 70ste alles kunt afbetalen.

Onroerend goed, maar op de Beurs

Als je van onroerend goed houdt, hoef je dat niet echt te bezitten. Waarom ga je niet via de Beurs? Gereglementeerde vastgoedgenootschappen geven je de kans om te investeren in vastgoed zonder dat je te maken krijgt met leningen, bijkomende huurkosten, enz. Deze genootschappen (Montea, WDP, Intervest, Aedifica, Leasinvest…) investeren ook in kantoren, handelszaken, studentenkoten en garages. Als je je geld in deze genootschappen investeert, krijg je dividenden uitgekeerd.

Afgaande op de resultaten voor 2018 kan je het beste in zee gaan met gereglementeerde vastgoedgenootschappen die investeren in residentiële panden of in logistiek. Het risico dat je loopt door te investeren in zo’n genootschap is hetzelfde als bij een traditionele investering op de Beurs. Zo voorspelde Aedifica, een genootschap dat investeert in onroerend goed in de gezondheidssector voor 2018/2019 een bruto dividend van 2,80 euro, een stijging van 12 %.

Levensverzekering? Goed idee!

Niemand weet wat de toekomst zal brengen, en dat geldt zeker als de jaren verstrijken. Een deel van je kapitaal in een goede levensverzekering investeren is dan ook verstandig. Deze vorm van investering is zo populair omdat vijftigplussers steeds meer aan hun levenscomfort na het pensioen denken, en aan hun onafhankelijkheid. Het idee om in een rusthuis terecht te komen, doemt op en dat heeft zijn invloed op oudere investeerders. Bij dit soort investering geldt uiteraard dat hoe vroeger je eraan begint, hoe groter de uiteindelijke opbrengst zal zijn.

De meeste maatschappijen bieden levensverzekeringen aan. Het is dus in de eerste plaats zaak om de voorwaarden en de rente te vergelijken en te kiezen tussen tak 21 of 23. Wat is het beste? Dat hangt ervan af of je op zekerheid wilt mikken of op een hoger rendement waar risico’s mee gepaard gaan. Om het simpel te houden: tak 21 biedt een gegarandeerd inkomen en beschermt je in geval de verzekeringsmaatschappij failliet gaat. Je moet de verzekering minstens 8 jaar hebben om van fiscale voordelen te genieten.

In geval van tak 23 wordt je geld in een beleggingsfonds geplaatst. Dat levert meer op maar er zijn meer risico’s aan verbonden omdat je niet beschermd bent. Je keuze hangt af van het type investeerder dat je bent.

Voorzichtigheid is de moeder van de investeerders

Deze investeringen, die bijzonder populair zijn, bewijzen dat leeftijd echt geen beletsel hoeft te zijn om je geld te beleggen. Maar of je nu gepensioneerd bent of een nog werkende vijftigplusser, het blijft natuurlijk zaak om voorzichtig te zijn. Door je projecten te spreiden en te luisteren naar raad uit betrouwbare bronnen kan je het risico zo aanvaardbaar mogelijk houden.