connie neefs

Connie Neefs: “Mijn broer Louis was mijn idool, ik volgde hem in alles”

Hoe gaat het nu met Connie Neefs? We spraken haar in een exclusief interview.

Leestijd: 3 minuten

Connie Neefs begon haar carrière in 1971 met liedjes als Gekrulde Haren en M’n Dorp in de Kempen. Ze nam deel aan Canzonissima, werd radiopresentatrice bij Radio 1 en 2 en werd een bekend gezicht op de Vlaamse televisie door programma’s als Op het terras, Mijn Hart is vol Muziek en bij de Nederlandse tv door het kinderprogramma De Poppenkraam en De Ted Show. Sindsdien heeft ze bepaald niet stilgezeten: ze schreef een boek, maakt themaprogramma’s, presenteert klassieke concerten en nam samen met haar dochter Hannelore (27) het Kerstlied Susa Nina op, het allerlaatste lied dat haar broer Louis ooit inblikte. Het is nu 40 jaar geleden toen hij en zijn vrouw Liliane door een noodlottig verkeersongeluk het leven lieten. “Het boek en het hommage-programma hebben me geholpen het een plaats te geven.”

Connie Neefs ziet er netjes uit. Ze draagt een rood vestje dat haar bruine haar complimenteert, zit rechtop en heeft een oplettende blik in haar ogen. Haar hele outfit is niet duidelijk in beeld. We doen dit interview via online videobellen, een fenomeen dat zo gewoon is geworden dat we het eigenlijk niet eens meer hoeven te benoemen in het gesprek. De gelauwerde zangeres en presentatrice vertelt graag. Over het fijne opgroeien in de Kempen, de dansavonden in de jaren 70 en 80 en het moeder worden op latere leeftijd.

Hoe was je thuissituatie vroeger? Werd het ook gestimuleerd om te gaan zingen?

Connie: “Omdat mijn vader senior schoolhoofd was, was hij ook onderlegd in muziek. Dat vertaalde zich in het dirigeren van zangkoren, fanfare’s, harmonies… met andere woorden: hij vulde zijn en onze vrije tijd met muziek. Mijn broer Louis speelde gitaar en was altijd geïnteresseerd in muziek. Dat kwam mede door de bioscoop van mijn grootouders destijds. Louis was 15 jaar ouder dan ik, dus hij heeft die tijd anders meegemaakt dan ik. Een bioscoop was heel bijzonder toen en hij was dan ook geïntrigeerd door de elegantie van namen als Clark Gable, Frank Sinatra, Grace Kelly, de couturiers die dames magnifiek kleedden, regisseur Alfred Hitchcock, noem maar op. Mijn droom was danseres te worden en ik ben daarom ook naar de balletschool van de gezusters, Jeanne, Jos en Annie Brabants in Antwerpen gegaan. Maar voordat ik daar kon beginnen, heb ik wel langere tijd gestudeerd aan het Kardinaal Van Roey-Instituut in Vorselaar. Mijn ouders hebben me altijd heel erg vrijgelaten en een hele aangename jeugd gegeven, maar het internaat vond ik minder leuk. Hoewel de discipline die ik daar meekreeg nog altijd van pas komt.”

Zong je daar ook?

“Wanneer er een schooltheater was, dan werd ik wel de uitverkorene voor één of ander rolletje. Dat heeft er zeker wel toe geleid dat ik de keuze heb gemaakt om voor een creatief vak te gaan.”

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Wie waren vroeger jouw idolen?

“Mijn broer Louis was mijn idool. Ik volgde hem in alles, ik kende alle liedjes en keek naar alle shows waarin hij meedeed. Programma’s op de Duitse, Nederlandse en Vlaamse TV, vaak nog zwartwit televisie. Ik was in zijn plaats nerveus toen hij tweemaal naar het Eurovisiesongfestival ging in 1967 en 1969. Mijn ouders hadden een brede muzieksmaak, alles kwam op onze platenspeler aan bod: Gospel Mahalia Jackson, Elvis, Jazz Ella Fitzgerald, klassiek, operette met Fritz Wunderlich… Mijn eerste LP die ik zelf kocht was van de Big Band Werner Müller. Veel later was ik fan van de Amerikaanse funky muziek van Earth, Wind & Fire. In Vlaanderen was ik onder de indruk van Jo Leemans, Jef Burm, Will Ferdy en Miel Cools, maar mijn grootste idool was mijn broer, voor ons allemaal.”

Hoe waren de kansen voor vrouwen toen je jouw eigen carrière begon te lanceren?

“Daar werd eigenlijk niet echt over gesproken. Na de balletschool studeerde ik in 1971 af van Studio Herman Teirlinck in Antwerpen, afdeling Kleinkunstacademie. We zaten in de klas met vier jongens en zes meisjes, een goede verdeling dus. Niet iedereen wilde zanger(es) worden. Zo zat Luc Appermont bij mij in de klas maar hij koos voor de richting presentator. Hij werd de allereerste mannelijke omroeper op de BRT, dat was al die tijd een vrouwelijk beroep.”

Vroeger waren er nog niet zoveel middelen beschikbaar zoals licht en geluid om een show neer te zetten. Hoe was dat toen?

“Toen was bijna alles gefocust op dansavonden. Het publiek danste de hele avond, de heren in smoking, dames in galajurken. Ik zong toen met de Big Band van dirigent André Coucke, hij leek een beetje op Salvator Dali. Op de Meir in Antwerpen had je de Stadsfeestzaal, nu koopcentum, daar speelden wij bijna wekelijks galabals. Ik herinner mij het jaarlijkse bloemenbal, de hele zaal was één decor van bloemen! Het was een heerlijke tijd.”

Het volledige interview met Connie Neefs lees in je de zomer-editie van Fifty & Me, dat nu in de winkels ligt.

De leukste berichten van Fifty & Me in je mailbox ontvangen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Beeld © Archief Connie Neefs


© Fiftyandme 2021