Blaasontsteking: overweeg een natuurlijke behandeling

Bij een klassieke blaasontsteking hoeft u niet noodzakelijk meteen uw toevlucht te nemen tot een antibioticum.

Acute cystitis (blaasontsteking) is een infectie van de onderste urinewegen. In ruim 80% van de gevallen wordt zij veroorzaakt door de bacterie Escherichia Coli. Deze dringt de blaas binnen en hecht zich aan de blaaswand. De ontsteking die hierdoor wordt uitgelokt, zorgt voor heel wat ongemakken. De behandeling combineert hygiënische/diëtistische voorschriften met een antibiotherapie. De berendruif is een urinair antisepticum dat helpt om het gebruik van antibiotica te beperken.

Leestijd: 2 minuten

Hygiëne voor alles

Bij de diagnose wordt voornamelijk uitgegaan van klinische signalen en een urinetest. Veel drinken en plassen, plassen na elk seksueel contact, een aangepaste intieme hygiëne en het bestrijden van constipatie zijn de belangrijkste hygiënische/diëtistische maatregelen bij het opstarten van de behandeling. Over het algemeen gaat de behandeling van een eenvoudige blaasontsteking samen met een antibiotherapie.

Resistentie tegen antibiotica neemt toe

De Escherichia coli is bestand tegen amoxicilline, tegen cefalosporines van de tweede generatie en, in 3 tot 25% van de gevallen en naargelang de klinische omstandigheden en de locatie, tegen fluorchinolonen. Deze resistentie tegen antibiotica is een onrustwekkend fenomeen, temeer er de voorbije 25 jaar geen enkele nieuwe familie van antibiotica werd ontwikkeld tegen gramnegatieve organismen. Indien dat zo blijft, zou deze resistentie in 2050 wereldwijd jaarlijks 10 miljoen slachtoffers moeten maken, tegen ongeveer 700.000 vandaag. De ecologische impact van antibiotica op de darmflora zorgt ervoor dat we er spaarzaam mee moeten omspringen en hun gebruik tot specifieke doeleinden moeten beperken. Bij een gewone blaasontsteking moet een antibioticum dus geen automatische reflex zijn en kan men beter zijn toevlucht nemen tot natuurlijke behandelingen waarvan de efficiëntie gefundeerd wordt door erkende wetenschappelijke studies.

De berendruif: het natuurlijke antisepticum van de urinewegen

De bladeren van de berendruif zijn rijk aan arbutine. Dit krachtig antibacterieel middel voor de urinewegen en de ingewanden werkt in op de verschillende colibacillen die verantwoordelijk zijn voor infecties van de urinewegen. Tegelijk onderscheidt de berendruif zich ook door zijn bijkomende ontstekingsremmende en vochtafdrijvende eigenschappen bij blaasontstekingen. Bij het gebruik van de berendruif volgens de voorgeschreven dosissen werd geen enkele acute of chronische toxiciteit gemeten. Het laat zich vlot opnemen en heeft geen ongewenste effecten op de darmflora.

Studies ondersteunen therapeutische efficiëntie

De ontstekingsremmende werking van arbutine richt zich specifiek op de aandoeningen van de urinewegen. De bladeren zijn antimicrobieel in vitro en in vivo en bestrijken een breed spectrum (Escherichia, Staphylococcus, Salmonella, Candida). De monografie van de Duitse Kommission E beschrijft zijn toepassing bij infecties van de onderste urinewegen, bedwateren en pijnlijk urineren. De berendruif is de enige plant die door het Europees Geneesmiddelenbureau erkend wordt voor zijn traditioneel gebruik bij infecties van de urinewegen.

‘Het uitgestrekte antibacteriële activiteitenspectrum, de afwezigheid van gifstoffen, de goede verdraagzaamheid en de resultaten van wetenschappelijke studies in vitro en in vivo die de antimicrobiële werking bevestigen, bestendigen het gebruik van de berendruif als een urinair antisepticum en als eerstelijnsbehandeling bij eenvoudige blaasontstekingen.’

1. https://amr-review.org/sites/default/files/Report-52.15.pdf
2. Guidelines Cystite aigue chez la femme / Commission belge de coordination de la politique antibiotique (BAPCOC).
3. Bruneton J. Pharmacognosy, phytochemistry, medicinal plants. Paris, Lavoisier, 1995.
4. EMEA-European Medicine Agency 24 janvier 2012. Assessment report on Arctostaphylos uva-ursi.
5. ESCOP monographs on the medicinal uses of plant drugs. Fascicule 5. Devon, European Scientific Cooperative on Phytotherapy, 1997.