Palm Springs, home of Mid-Century Modern

Op 170 kilometer ten oosten van Los Angeles ligt Palm Springs, een stad als een openluchtmuseum. Vroeger was dit het toevluchtsoord van de Hollywoodsterren, nu vind je er minimalistische juweeltjes van huizen, gebouwd door de grootste modernistische architecten.  

Leestijd: 5 minuten

In het begin van de 20ste eeuw kwamen de eerste toeristen naar Palm Springs, op zoek naar een droog, warm klimaat dat goed was voor hun kwaaltjes. Al snel vond ook de jetset zijn weg naar de kleine stad, die prompt veranderde in een soort herstellingsoord voor overbelaste sterren. De meesten van de grote sterren hadden een clausule in hun contract dat ze niet verder dan twee uur rijden van de studio’s van Hollywood vandaan mochten wonen. Palm Springs was dichtbij en discreet, en de lucht was er bijna altijd blauw. Dus werd deze oase aan de ingang van de woestijn dé plek waar gerenommeerde acteurs en kunstenaars vakantie kwamen houden.

De woestijn als inspiratie

Na de Tweede Wereldoorlog beleefde Amerika een glorietijd. Onder alle lagen van de bevolking heerste er een sfeer van optimisme, een gevoel dat in de toekomst alles mogelijk was. In die context ontstond een nieuwe architectuurstijl, die eind jaren 1930 begon met Albert Frey, een discipel van Le Corbusier, en die geïnspireerd was op de Bauhaus en het Europees modernisme van het interbellum. Voor Frey was het barre terrein, omringd door de alomtegenwoordige bergen, een ideale  basis waarop architectuur en landschap in perfecte harmonie samenkwamen. Dit landschap vroeg om sobere gebouwen en simpele materialen, zoals glas, roestvrij staal en beton. Hij bouwde huizen waar de omgeving  kon binnenkomen, nooit hoger dan één verdieping om Moeder Natuur niet te verstoren. Het uitzonderlijke licht van de woestijn en het azuurblauw van de hemel zetten de woonkamers extra in de verf, en ook de inrichting was sober, met eenvoudige, ergonomische meubels.

Zo ontstond de Mid-Century Modern. Een beweging die smaakvolle architectuur populair maakte, met een combinatie van rationaliteit, vernieuwing, functionaliteit en licht.

Een schatkist vol architecturale juwelen

Aan het begin van de jaren 1950 nam de immobiliënmarkt in Palm Springs een hoge vlucht. Maar terwijl de meeste steden zich te snel ontwikkelden en het utilitarisme het won van het samenspel tussen architectuur en omgeving, groeide Palm Springs geleidelijk. Ook daar schoten de villa’s als paddenstoelen uit de grond, maar er werd beroep gedaan op de grootste architecten om te zorgen voor de nodige harmonie. Zo bouwden projectontwikkelaars George en Robert Alexander bijna 2.200 huizen, waarvan Marilyn Monroe er een had.

Steve McQueen viel ook voor Palm Springs en kocht er in 1963 een villa die ontworpen was door Hugh Michael Kaptur. Een juweeltje met uiteraard een zwembad, maar vooral met een enorme parkeerplaats waar de acteur zijn autoverzameling kwijt kon – waaronder twee Porsches 911 – en zijn vele motoren. Frank Sinatra kocht er ook een huis: zijn Twin Palms had een opnamestudio en een zwembad in de vorm van een vleugelpiano. De villa, met zijn oppervlakte van 400 m2, werd het toneel voor onvergetelijke feesten en drinkgelagen, met Dean Martin, Lana Turner, Judy Garland en Lauren Bacall op de guest list. Er vonden ook hevige ruzies plaats tussen Sinatra en zijn tweede vrouw, Ava Gardner. De wastafel die met een fles Dom Perignon in stukken is geslagen, was er een stille getuige van.

De sterren stroomden toe, en Palm Springs en zijn villa’s waren ook het decor van heel wat films, waaronder Diamonds Are Forever, de zevende James Bond-film. Elrod House, de futuristische villa op een berghelling die ontworpen werd door John Lautner, staat in de annalen als de plek waar een vechtscène werd opgenomen tussen Sean Connery en twee vrouwen die hem alle hoeken van de kamer lieten zien.

Verval en wedergeboorte

In het begon van de jaren 1980 begon Palm Springs zijn glans te verliezen. De sterren verlieten het stadje en trokken naar het flamboyante Miami met zijn art deco-huizen. Langzaam veranderde de toegangspoort tot de woestijn in een enorm bejaardentehuis voor gefortuneerde has beens en golfliefhebber.

In het begin van de jaren 90 veranderde dat, toen het lesbische muziekfestival The Dinah Shore Weekend naar Palm Springs kwam, in 1999 gevolgd door het intussen al mythische Coachella Valley Music and Arts Festival. De stad herrees uit de as. Met de massale komst van een publiek dat gevoelig was voor cultuur en goede smaak, werd de interesse voor de plaatselijke architectuur weer aangewakkerd. De grootste namen in de modewereld kozen de stad en zijn villa’s als decor om de nieuwe collecties aan het publiek voor te stellen. De ene fotoshoot na de andere volgden, en diverse evenementen rond de plaatselijke architectuur, zoals de Modernism Week die elk jaar georganiseerd werd, brachten architectuurliefhebbers naar de stad.

Tegenwoordig is de magie van Palm Springs weer duidelijk voelbaar. De vintage villa’s zijn zorgvuldig gerenoveerd, nieuwe projecten die de plaatselijke stijl respecteren komen van de grond en filmsterren als Leonardo DiCaprio investeren weer honderdduizenden dollars om de stille getuigen van de gouden tijd te kopen. Palm Springs zit weer volop in de lift, en is een (her)ontdekking waard. Initiatieven als The Modern Tour, waarbij je met een gids de villa’s uit de gouden tijd bezoekt, zijn het beste bewijs dat deze unieke stad zich weer graag wil tonen aan de wereld.

Meer infos ? www.visitpalmsprings.com & www.moderntour.com

 

3 heel bijzondere huizen

1323 South Driftwood Drive

Dit pand, dat ook wel William Holden House genoemd wordt, was het eigendom van heel wat sterren, onder wie Tippi Hedren (favoriet van Alfred Hitchcock), Stephanie Powers (Hart to Hart) en William Holden (The Bridge on the River Kwai). Het werd in 1956 gebouwd in de Deepwell Estates, een wijk vol modernistische villa’s, en het heeft vandaag de dag vijf slaapkamers, waarvan er twee in casitas bij het huis zijn ondergebracht. Het werd in 2018 verkocht voor het leuke sommetje van 3,7 miljoen dollar, en werd volledig gerestaureerd en heringericht door binnenhuisarchitect Rodrigo Vargas. Hij koos voor strakke, monochrome meubels, die perfect in de stijl van het huis passen, en de vaste glazen panelen kunnen nu geopend worden. Sinds de transformatie heeft de villa 47 deuren en schuiframen.

Achter een discrete muur aan de straat ligt een enorme woning van één verdieping, met een oppervlakte van bijna 420 m2. En ondanks de relatief lage muren – op het centrale eiland na dat wat hoger is – zorgt het feit dat er bijna geen muren zijn en dat alle kamers uitkijken op het zwembad en de tuin ervoor dat binnen en buiten hier perfect in elkaar overgaan.

1255 East Vía Estrella

Nog een pareltje is Factor House, in de Canyon Estates. Het huis werd in 1969 door  Hank Webber & Associates gebouwd voor Jerome Factor (neef van de cosmeticamagnaat Max Factor Jr.), en heeft een oppervlakte van 500 m2.  De ville heeft nog niets van haar charme verloren. De bijna 4 meter hoge voordeur van massief aluminium zet de toon, ook al omdat er van de straatkant geen enkel raam zichtbaar is. Via de voordeur kom je op een overdekte galerij die rond het huis loopt en die een schitterend zicht op het zwembad en het terras heeft. Aan de muren hangen kleurige kunstwerken uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Factor is een groot kunstliefhebber en koos opzettelijk voor een galerij waarvan het dak een goede meter naar buiten doorloopt, zodat de kunstwerken nooit aan de zon worden blootgesteld.

De inrichting binnen is nog hetzelfde als toen Richard Himmel die in 1973 ontwierp. Er werd trouwens in die tijd al een reportage over gemaakt voor het magazine House Beautiful. De sfeer is warm, met witte muren en zwart marmer, maar sommige stukken, zoals de master bedroom zijn ronduit psychedelisch, met behang met zilveren facetten. En een van de badkamers is behangen met Miró-achtig behang.

611 North Phillips Road

Abernathy House ligt in de wijk The Movie Colony, waar Cary Grant, Tony Curtis en Gloria Swanson een huis hadden. Het enorme eigendom van 450 m2, een ontwerp van architect William Cody, werd in 2011 volledig gerenoveerd door de New-Yorkse architect Michael Haverland. Hij restaureerde zowel de binnen- als de buitenkant met respect voor de sfeer van het originele ontwerp, dat hij nog meer in de schijnwerper zette. De huidige eigenaar, die zijn collectie oldtimers graag op de binnenplaats parkeert, koos voor vintage meubels die perfect bij het interieur passen.

Het eigendom bestaat uit verschillende paviljoenen met terrassen die gedeeltelijk open zijn en de oppervlakte van de villa nog verdubbelen. Het is een perfect huis voor feesten en partijen. De gasten verzamelen zich rond het zwembad om te dansen, luieren in de fauteuils in het pool huis of zonderen zich af in casita om rust te vinden.

Dankzij het ontwerp van Haverland en de oldtimers die aan de ingang van de villa geparkeerd staan, ga je hier onmiddellijk 60 jaar terug in de tijd.

 

 

 

 


© Fiftyandme 2022